Ze komt binnen en groet, maar vermijdt oogcontact. We kennen elkaar al jaren. Ze is gespannen. Als ik haar ogen zoek, zie ik ze schichtig heen en weer schieten. Alsof ik een hengel voor contact uitgooi, maar het water niet haal. Ik kijk naar ogen die mij niet zien. Ik zie ogen die geen houvast vinden. Haar ademhaling is wat kort, als een schuchter dier.
Ik schenk koffie of thee en we gaan zitten, zoals altijd. Ze weet precies hoe dat gaat en toch lijkt de lucht dik vandaag, de stilte groter. ‘Hoe is het met je?’ vraag ik. Een eenvoudige vraag en een grote tegelijk.
Ze zit recht tegenover me, maar verstopt zich. ‘Tja’ zegt ze ‘waar zal ik beginnen’ met een moedeloosheid, die hand in hand gaat met trillende spanning.
Het ontroert me wanneer iemand zich verstopt. Want dat is wat schaamte doet. Iemand met schaamte verstopt zich niet alleen voor zichzelf. Er gebeurt er óók iets in het contact met de ander. Mijn ogen worden de ogen van een ooit strenge ouder of grootouder. Schaamte is de behoefte om ok te zijn. In eigen ogen en in de ogen van de ander.
Ik kijk naar ogen die mij niet zien
Ze verteld dat ze iets gedaan heeft. Iets dat ze nooit, of nu ja, in iedere geval niet wéér zou doen. Maar het gebeurde. ‘Hoe kan het toch dat ik alles op het spel zet?’
Op dit punt in het schrijven, gaat mijn telefoon, letterlijk. Ik herken zijn naam op het scherm, het is net na 9:15 uur -het moment dat ik dagelijks mijn eerste sessie heb- maar ik ben thuis. Bam. Daar is mijn schaamte, direct, in ‘n milliseconde. Hoef ik niets voor te doen.
Hij blijkt in de wachtruimte van mijn praktijk te zitten. ‘Ik heb een afspraak met je staan…’ Vroeger gaf ik mijzelf dan onmiddellijk op mijn donder. ‘Zie je wel Jasper. Je kunt het niet hè?’ zei een innerlijke stem dan. ‘Gewoon een agenda bijhouden.’ Nog vóór de gedachte dat de ander ook een foutje gemaakt zou kunnen hebben. De stem gaat verder. ‘Dat noemt zich dan therapeut’.
Nu jaren later is er iets anders in mij. Ik weet niet in wiens agenda het fout genoteerd staat en hoe dat kon gebeuren. Hij woont dichtbij de praktijk. Ik weeg mijn planning en herschik mijn agenda. ‘Kun je vanmiddag?’ vraag ik hem ontspannen? Hij kan. En dat niet alleen, hij is blij me vanmiddag te kunnen zien.
Schaamte is de behoefte ok te zijn in de ogen van de ander
Grote gevoelens van schaamte gaan over toen-en-daar. Niet over hier-en-nu. Die gaan over hoe ik als kind bang was, wanneer ik op mijn kop kreeg voor iets dat ik in onschuld en enthousiasme gedaan had. Als mijn liefde niet met liefde werd beantwoord, maar met eenzaamheid of straf. Ik heb geleerd om met liefdevolle ogen naar het kind in mijzelf te kijken. Dan kan ik zachter blijven. Die kleine Jasper van binnen op schoot nemen.
Het kind in ons. Het kind dat gewoon ok wil zijn. Geaccepteerd wil worden, met zijn gevoel, gedrag en voorkeuren. Dat is wat ik wil, en wat zij ook wil.
Ik wacht en ben open aanwezig, opdat ze in de gaten krijgt dat ze van mij geen ogen van afkeur krijgt. Dat ik aanwezig blijf en zonder oordeel kijk, maar met menselijke aanwezigheid. Met mildheid en mededogen. Dat ik dit begrijp, omdat ik het zelf dondersgoed ken. Omdat wij mensen gevonden willen worden, waar we onszelf soms verstoppen.
Wellicht is alles wat er aan verschrikking leeft
In diepste wezen wel niets anders dan iets
Wat onze liefde nodig heeft.
– Rainer Maria Rilke –
Foto: Jonny Gios, Unsplash